AIPAC: tot voor kort ongeveer de machtigste lobbymachine van Amerika

zondag, 18 oktober 2026 (04:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

In de Verenigde Staten speelt geld een grote rol in verkiezingen. Volgens de auteur gebruikt de pro-Israëlische lobbyorganisatie AIPAC haar financiële netwerk om de houding van Congresleden tegenover Israël te beïnvloeden. AIPAC bestaat sinds de jaren vijftig en werkte lange tijd vooral via contacten, briefings en activisten in Washington. Inmiddels voert de organisatie, onder meer via het United Democracy Project, ook grootschalige campagne tegen kandidaten die kritisch zijn over het Israëlische beleid.

In 2024 zou AIPAC bijna 130 miljoen dollar in verkiezingscampagnes hebben geïnvesteerd. Het doel was onder andere om progressieve Congresleden als Cori Bush en Jamaal Bowman uit het parlement te krijgen. Zij verloren hun Democratische voorverkiezingen nadat grote bedragen naar negatieve reclames tegen hen waren gegaan. AIPAC doneert doorgaans niet rechtstreeks aan kandidaten, maar werkt via afzonderlijke politieke comités en campagne-uitgaven. Daardoor kunnen tegenstanders worden neergezet als onbetrouwbaar, radicaal of zelfs gevaarlijk.

De lobby richt zich volgens het artikel niet tegen Joden als groep, maar tegen politici die onvoldoende steun betuigen aan de Israëlische regering. Ook Amerikaanse Joden die kritisch zijn op het Israëlische optreden in Gaza kunnen daardoor tegenover AIPAC komen te staan. De auteur stelt dat politici hierdoor terughoudend zijn om voorwaarden te verbinden aan Amerikaanse militaire steun aan Israël. Het debat over mensenrechten, burgerslachtoffers en buitenlands beleid zou zo plaatsmaken voor angst om een verkiezing of politieke carrière te verliezen.

Een belangrijke test voor AIPAC vond plaats in Michigan. Bij de Democratische voorverkiezing voor een Senaatszetel op 4 augustus nam de gevestigde kandidaat Haley Stevens het op tegen Abdul El-Sayed, een arts en voormalig gezondheidsfunctionaris uit Detroit. Stevens werd gesteund door het partijestablishment en AIPAC; El-Sayed maakte juist zijn verzet tegen de lobby onderdeel van zijn campagne. AIPAC besteedde tientallen miljoenen dollars aan advertenties waarin El-Sayed als gevaarlijk en extreem werd afgeschilderd. Sommige beschuldigingen werden door lokale media tegengesproken en de campagne bevatte volgens de auteur ook islamofobe elementen. Toch won El-Sayed, wat erop wijst dat grote financiële middelen niet altijd volstaan. Zijn Republikeinse tegenstander zou AIPAC inmiddels hebben gevraagd geen campagne voor hem te voeren.

Ook de nederlaag van voormalig diplomaat en Democraat Tom Malinowski wordt aangehaald. Nadat hij voorwaardelijke steun aan Israël verdedigde, keerde AIPAC zich tegen hem. De campagne droeg bij aan zijn verlies, maar leidde indirect tot de winst van een nog kritischer kandidaat.

De auteur plaatst AIPAC in de bredere Amerikaanse geldpolitiek, die sinds het arrest Citizens United grote politieke uitgaven toestaat. Ook de wapen-, farmaceutische en vastgoedsector gebruiken zulke middelen. AIPAC valt volgens hem vooral op door de omvang en gerichte inzet van zijn campagnes. Tegelijk zou de Amerikaanse publieke steun voor Israël zijn afgenomen, waardoor de politieke invloed van de lobby minder vanzelfsprekend wordt. De kern van de kritiek luidt dat AIPAC niet letterlijk stemmen koopt, maar het politieke gedrag en de grenzen van het debat probeert te sturen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'