Denktanks slaan alarm over "kritiek lage" voorraden Amerikaanse luchtafweerraketten: hoe nijpend is de situatie?
In dit artikel:
Amerikaanse voorraden luchtafweer raken snel uitgeput door de aanhoudende confrontaties met Iran, waarschuwen meerdere denktanks. De conservatieve Heritage Foundation stelt dat de VS momenteel maar ongeveer een kwart van de Patriot‑raketten bezit die nodig zouden zijn voor een langdurig gevecht tegen Iran. CSIS schatte eind vorig jaar de THAAD‑voorraden op ongeveer 534–632 onderscheppingsraketten, maar intensief gebruik heeft die stapel flink doen slinken: tijdens de korte Amerikaanse campagne in juni vorig jaar gingen al tot circa 150 THAAD‑raketten verloren, en sinds de escalatie rond eind februari zijn er opnieuw tot zo’n 150 afgevuurd. Bij aanhoudend tempo zouden de reserves binnen enkele weken uitgeput kunnen raken.
De vraag naar zowel Patriot‑ als THAAD‑systemen neemt toe door aanvallen in het Midden‑Oosten en de vraag van bondgenoten (ook door leveringen aan Oekraïne). De Amerikaanse defensie‑industrie kan die piekvraag moeilijk bijbenen. In 2025 lag de productie van interceptieraketten in de lage honderden; er bestaat wel een contract om de jaarproductie op te schalen naar ongeveer 2.000, maar dat doel zou pas over jaren (ongeveer zeven) volledig bereikt worden. Voor THAAD liep de productie tot voor kort rond de 96 per jaar; een noodakkoord met Lockheed Martin moet dat naar circa 400 per jaar brengen, maar ook die opschaling kost jaren en bestellingen kunnen 2–3 jaar duren voordat ze geleverd worden.
Een belangrijke strategische kwetsbaarheid is het prijsverschil tussen aanvalsmiddelen en verdediging. Iran gebruikt relatief goedkope Shahed‑drones (naar schatting €20.000–50.000 per stuk) in groten getale, terwijl het neerschieten ervan vaak gebeurt met interceptieraketten van miljoenen euro’s per stuk. Dat dwingt tegenstanders om dure luchtverdedigingsmunitie te verspillen en drukt op de begroting en de voorraden. Iran kan bovendien mogelijk honderden tot duizenden drones per week produceren, waardoor het kostenoorlogvoordeel bij Iran lijkt te liggen.
Als reactie schakelt het Amerikaanse militaire apparaat deels over op oudere en goedkopere wapensystemen en op massaal inzetbare precisie‑bommen (zoals JDAM) om de inzet van dure interceptieraketten te sparen. Dat stelt de VS in staat een campagne langer vol te houden zolang luchtoverwicht behouden blijft, maar verandert niets aan de industriële realiteit: de voorraad van de meest geavanceerde onderscheppingsraketten is niet onbeperkt en het tempo van gebruik overstijgt voorlopig de productiecapaciteit.
Kortom: de VS heeft aanzienlijke middelen, maar wordt geconfronteerd met logistieke en industriële beperkingen. Hoe lang het land een langdurig conflict kan volhouden hangt af van de duur en hevigheid van de confrontatie, het patroon van munitieverbruik en de snelheid waarmee de defensie‑industrie kan opschalen — met ook geopolitieke consequenties, zoals mogelijke gevolgen voor de verdediging van andere belangen (bijv. Taiwan) als voorraden in het Midden‑Oosten blijven verslinden.