Het rode spook: de opmerkelijke opmars van socialisme in de VS
In dit artikel:
In de Verenigde Staten wint het democratisch socialisme aan zichtbaarheid en aantrekkingskracht, juist nu president Donald Trump onpopulair is en het verzet tegen zijn beleid groeit. Binnen de Democratische Partij woedt daardoor een strijd tussen het gematigde establishment en een progressief-linkse vleugel die meer overheidsingrijpen en economische gelijkheid wil.
Een belangrijk symbool van die ontwikkeling is Zohran Mamdani, een dertigjarig gemeenteraadslid uit Queens. Eind oktober 2025 sprak hij in New York voor 10.000 enthousiaste toehoorders, samen met Bernie Sanders en Alexandria Ocasio-Cortez. Enkele weken later werd Mamdani burgemeester van New York, als eerste burgemeester die zich nadrukkelijk democratisch socialist noemt. De Democratic Socialists of America telden medio dit jaar meer dan 100.000 leden. Volgens Gallup beoordeelt ongeveer twee derde van de Democraten socialisme inmiddels positiever dan kapitalisme.
De opmars heeft vooral een economische oorsprong. Jongeren die na de financiële crisis van 2008 volwassen werden, kregen te maken met hoge studieschulden, onbetaalbare huren, dure gezondheidszorg en onzeker werk. Voor veel Amerikanen klinkt het programma van Sanders — universele gezondheidszorg, betaalbaar of gratis hoger onderwijs en een hoger minimumloon — daarom niet langer als een bedreiging, maar als een praktische oplossing. Ook Ocasio-Cortez groeide uit tot een boegbeeld van die beweging nadat zij in 2018 onverwacht een gevestigde Democratische afgevaardigde versloeg.
De aanhangers streven doorgaans niet naar een planeconomie of een kopie van de Sovjet-Unie. Zij willen het kapitalisme hervormen zodat het opnieuw in dienst staat van de samenleving. Hun voorbeelden liggen eerder in Europese landen zoals Noorwegen en Denemarken dan in Cuba of China. Problemen als ziekenhuisrekeningen van duizenden dollars, beperkte betaalde vakantie, lage sociale bescherming en een lagere levensverwachting dan in veel Europese landen versterken het gevoel dat het Amerikaanse systeem niet meer werkt voor gewone gezinnen.
Toch blijft het woord ‘socialisme’ in de VS bijzonder beladen. De Amerikaanse politieke cultuur legt traditioneel sterk de nadruk op individuele verantwoordelijkheid, ondernemerschap en wantrouwen tegenover de overheid. Tijdens de Koude Oorlog werd socialisme bovendien verbonden met de Sovjet-Unie, verraad en autoritarisme. Het McCarthyisme maakte linkse sympathieën tot een politieke doodzonde. Voor conservatieven betekent socialisme nog steeds een te machtige overheid, hogere belastingen en minder vrijheid. Ook immigranten uit Cuba en Venezuela associëren het begrip met regimes die hun vrijheid beperkten.
Historisch gezien keert de aantrekkingskracht van socialistische ideeën vooral terug in periodes van grote ongelijkheid. Aan het begin van de twintigste eeuw kreeg socialist Eugene Debs veel steun van arbeiders die geen sociale bescherming hadden. Tijdens de Grote Depressie voerde president Franklin Roosevelt de New Deal in: sociale zekerheid, openbare werken, arbeidsrechten en strengere financiële regels. Roosevelt bleef kapitalist, maar erkende dat het systeem zonder sociaal vangnet zichzelf kon ondermijnen.
Na de Tweede Wereldoorlog verdween die ruimte grotendeels door de Koude Oorlog. Vandaag zijn jongere Amerikanen minder gevormd door de angst voor Moskou en meer door klimaatverandering, pandemieën, financiële crisissen en de stijgende kosten van wonen, studeren en zorg. Voor hen is meer collectieve bescherming eerder een praktische dan een ideologische kwestie. De groeiende steun betekent dan ook niet noodzakelijk dat Amerikanen een volledig ander economisch systeem willen; velen willen vooral dat de Amerikaanse droom opnieuw bereikbaar wordt.
Binnen de Democratische Partij vreest het gematigde kamp dat het socialistische label kiezers buiten de grote steden afschrikt en Republikeinen een eenvoudig aanvalspunt geeft. De progressieve vleugel heeft bovendien moeite om alle traditionele Democratische groepen te bereiken. Zohran Mamdani presteerde in de voorverkiezingen opvallend zwak bij zwarte kiezers in armere wijken van Brooklyn, een cruciaal electoraat voor Democratische verkiezingsoverwinningen. De beweging spreekt vooral hoogopgeleide, progressieve stadsbewoners aan en moet nog bewijzen dat ze ook daarbuiten breed aanslaat.
De huidige heropleving lijkt daarom minder op een revolutionaire breuk dan op een nieuwe slingerbeweging in de Amerikaanse politiek. Wanneer ongelijkheid toeneemt en het vertrouwen in het systeem afneemt, zoeken kiezers vaak naar de kandidaat die de grootste verandering belooft. De groei van het democratisch socialisme weerspiegelt vooral de overtuiging dat vrije markten alleen niet volstaan en dat de Amerikaanse droom een eerlijker sociaal fundament nodig heeft.
Vandaag Inside: Wilfred Genee toont eerste beelden uit zijn nieuwe klusprogramma 'Vier Linkerhanden'