Hoe de VS China wil verzwakken met Iran-oorlog, maar in eigen voet dreigt te schieten
In dit artikel:
De Amerikaanse militaire aanval op Iran is volgens het artikel niet alleen gericht op Teheran zelf, maar ook op Pekings toegang tot goedkope, gesanctioneerde olie. In korte tijd heeft Washington twee grote leveranciers van olie aan China aangepakt: eerst Venezuela — waar de VS in januari de controle over olievelden kreeg — en nu Iran. Binnen Amerikaanse beleidskringen wordt de campagne expliciet gezien als het afbreken van een keten van autocratische bondgenoten (Rusland, Iran, Noord‑Korea, Venezuela) die volgens hen Pekings invloed wereldwijd ondersteunt.
China haalde in 2025 ongeveer 1,38 miljoen vaten Iraanse ruwe olie per dag binnen, circa 13 procent van zijn totale invoer. Veel zendingen werden verborgen door scheepsetiketten te vervalsen en grote voorraden liggen opgeslagen in havens als Dalian en Zhoushan. Deze toevoer wordt nu bedreigd, juist terwijl China zijn energiebehoefte ziet stijgen door massale investeringen in datacenters en andere hightechprojecten.
Officieel reageerde Peking terughoudend: minister Wang Yi noemde de aanvallen onaanvaardbaar en riep op tot een staakt‑het‑vuren; samen met Rusland vroeg China een spoedzitting van de VN‑Veiligheidsraad. Tegelijkertijd was de scherpste veroordeling gericht op de moord op Khamenei, en riep China Iran ook op de militaire acties te staken. Die gematigde lijn wordt deels verklaard door een praktische overweging: eind maart staat in Peking een top tussen Xi Jinping en Donald Trump gepland, waarin handelsovereenkomsten en diplomatiek spelruimte belangrijk zijn.
Binnen China overheerst op sociale media eerder cynisme dan woede over Iran. Ook binnen het regime is teleurstelling merkbaar: het megadeal‑partnerschap met Iran uit 2021 leverde weinig concreets op omdat Teheran veel projecten blokkeerde uit angst voor buitenlandse invloed en soms zijn bondgenoten liet vallen. Voor Peking telt uiteindelijk vooral of de olie blijft stromen; een regimewisseling in Teheran is minder belangrijk dan leveringszekerheid.
De VS loopt volgens het artikel aanzienlijke strategische risico’s door veel militaire capaciteiten naar het Midden‑Oosten te verplaatsen. Cruciale wapensystemen en munitie — waaronder Patriot‑afweer, F‑35’s en precisiegeleide bommen — worden aangesproken, terwijl de voorraad onderdelen zoals gallium grotendeels uit China komt en dus kwetsbaar is. Tegelijkertijd bouwt China juist capaciteit op in halfgeleiders, AI en hernieuwbare energie en heeft het strategische olievoorraden voor enkele maanden; Rusland levert al meer dan 17 procent van zijn olie.
De kernboodschap is dat de grote concurrentieslag van de 21e eeuw niet in de zandwoestijnen van het Midden‑Oosten wordt beslist, maar in chipfabrieken en AI‑laboratoria in Oost‑Azië. Door middelen en aandacht te verslinden in het Midden‑Oosten riskeren de VS hun positie in die technologische wedloop te verzwakken — mogelijk met blijvende strategische gevolgen vergelijkbaar met de nasleep van Irak in 2003.