Oorlog in Iran kost Amerika tot 1 miljard dollar per dag: hoe lang kan en wil het land dat nog betalen?

maandag, 9 maart 2026 (12:50) - VRT Nieuws

In dit artikel:

In de eerste dagen van het conflict met Iran hebben de Verenigde Staten volgens het CSIS meer dan 2.000 precisiebommen en honderden onderscheppingsraketten gebruikt, met een directe prijs van minimaal 3,7 miljard dollar (circa 3,2 miljard euro). Dagelijkse uitgaven worden geschat op 750 miljoen tot 1 miljard dollar; een apart rapport van het Amerikaanse Congres gaat zelfs uit van ongeveer 1 miljard per dag. Daarmee liggen de kosten per dag aanzienlijk hoger dan bij eerdere Amerikaanse oorlogen zoals Vietnam of Irak/Afghanistan.

De grootste kostenpost is het vervangen van verbruikte munitie, maar ook operationele inzet — vliegtuigen, vliegdekschepen, verplaatsing en onderhoud van troepen — drijft de rekening op. In de eerste week zijn meer dan 50.000 Amerikaanse militairen, ongeveer 200 gevechtsvliegtuigen en meer dan een dozijn oorlogsschepen ingezet. Naast verlies door vijandig optreden werd materieel ook per ongeluk getroffen: Koeweit schoot drie Amerikaanse F-15’s neer, samen goed voor zo’n 260 miljoen euro aan schade.

Economische modellen (Penn Wharton Budget Model) komen in verschillende scenario’s uit op totale directe militaire kosten van ongeveer 40 miljard euro in het beste geval tot 100–200 miljard euro bij langdurig geweld. Die ramingen sluiten secundaire economische effecten — stijgende olieprijzen, inflatie, verstoring van handel — buiten de berekening.

Iran benut kostverschillen als strategisch wapen. Het land zet massaal relatief goedkope Shahed-drones (productiekost grofweg 20.000–50.000 euro) en raketten in tegen Israël en Amerikaanse doelen in de regio. Omdat omliggende staten en de VS geavanceerde interceptors zoals Patriot gebruiken — die miljoenen euro’s per stuk kosten — dwingt Teheran de tegenstander tot een dure verdediging. Die asymmetrische uitputting tast niet alleen budgetten maar ook voorraden aan: Patriot-voorraadplaatsen stonden al onder druk door eerdere leveringsvragen (onder meer uit Oekraïne) en de productie kan de vraag niet meteen bijbenen, ondanks aangekondigde opschaling door fabrikanten zoals Lockheed Martin.

De Verenigde Staten en bondgenoten proberen het Iraanse offensief in te dammen door lanceerplaatsen te raken om zo verdere uitputting van luchtverdedigingsmunitie te voorkomen, maar aanvallen blijven mogelijk zolang Iran onderdelen en inzetcapaciteit behoudt. Financiële last valt grotendeels op Amerikaanse belastingbetalers; veel uitgaven worden buiten het reguliere defensiebudget extra gefinancierd via noodkredieten in het Congres.

Publieke steun voor de campagne is beperkt: peilingen tonen dat een meerderheid van de Amerikanen tegen het conflict of tegen de luchtcampagne is (meestal rond 55–60%, soms hoger), waarbij Republikeinen en aanhangers van Trump relatief meer steun hebben dan Democraten en onafhankelijken. Daarmee vormt de hoge prijs — zowel financieel als in politieke draagkracht — een belangrijke factor in de vraag hoe lang Washington de inzet wil en kan volhouden.