Socialisme is geen utopie, maar een voortdurende strijd tegen een vijandige Amerikaanse wereldorde
In dit artikel:
De Volkskrant kopte op 23 februari cynisch dat Cuba op omvallen staat, maar het essay stelt dat het eiland vooral bezwijkt onder decennialange druk van de Verenigde Staten en hun bondgenoten. Met het wegvallen van Venezuela als handelspartner is de economische knel extra duidelijk geworden, maar de schrijver betoogt dat schaarste en crisis niet louter voortkomen uit binnenlands beleid. In plaats daarvan staat Cuba exemplarisch voor wat politicoloog Michael Parenti “siege socialism” noemde: socialistische landen functioneren vaak onder een bijna permanente belegering waarbij handelsblokkades, sancties en geheime inmenging bedoeld zijn om economieën te verzwakken en regimes te breken.
De auteur benadrukt dat Amerikaanse geopolitieke doelen zich steeds minder achter retoriek over vrijheid en democratie verschuilen en vaker openlijk economische en strategische belangen najagen. Nationalisatie en andere anti-exploitatiepolitiek in het mondiale zuiden hebben veel van hun oorsprong in de ambitie om onafhankelijkheid tegenover het rijke noorden te bewaren — een keuze die door Washington vaak met vijandschap wordt beantwoord. Historische voorbeelden worden aangehaald om te laten zien dat westelijke sabotage en sancties vaak leiden tot interne repressie en institutionele tegenreacties, of het nu gaat om de KGB, de Berlijnse Muur of de problemen in Venezuela.
De kernstelling is dat socialisme geen utopie is maar een voortdurende strijd tegen een vijandige wereldorde die concentratie van macht bevordert. Het argument pleit ervoor niet snel socialistische projecten af te schrijven omdat veel van hun mislukkingen het directe gevolg zijn van externe druk en geopolitieke tegenwerking. Kortom: het falen van bepaalde socialistische staten moet in bredere historische en internationale context worden beoordeeld.